Het regende
Pas op, ik ben langer dan gewoonte! Zegt u vooral eerlijk uw gedacht, ik kan daar tegen
-
Het regende. Zij stond als een hoopje voor mijn deur. Ik kon het ongeluk in haar schoenen lezen, met hun tippen voorzichtig naar elkaar. Haar krullen kleefden in bochten tegen haar hoofd. Ik wreef een paar slierten uit haar gezicht maar vergat te zoenen. En als wij één regel hadden, was die dat wij zoenden. Dus toen ik dacht weg te draaien om haar helemaal binnen te laten nam ze mijn wangen in haar klamme handen en ze kuste recht op mijn mond.
Ik verschoot, en in dat verschieten, zoende ik zonder handen. Dat deed ik anders nooit. Zij moest er om lachen, voorzichtig, met haar tippen nog een beetje naar elkaar.
Een innige omhelzing later was ook ik nat geworden, dus gaf ik haar mijn T-shirt als een soort snelle handdoek en ging een nieuwe halen. Onderweg liet ik water koken, thee zou troost brengen.
Op zoek naar een T-shirt vond ik mijn beetje gekrompen, wollen trui. Dat beetje gekrompen maakte dat hij vanbinnen nog meer kriebelde, en vanbuiten wel heel erg zacht geworden was. Zacht genoeg om alle verdriet in te vergeten, dus ik deed hem aan.
Zij had ondertussen de deur dichtgedaan en worstelde ergens tussen deur en zetel nog met haar doorweekte jeansbroek. Ze droeg diepblauw ondergoed, met een witte rand. Vrouwelijker dan haar leeftijd deed vermoeden. Even haperden mijn ogen bij de aanblik van haar billen, ze had dansende billen, die in een broek tot nakijken dwongen. Maar op tijd genoeg dacht ik aan een donsdeken.
Als ook het water klaar was voor de thee, wist zij de strijd met haar broek finaal in haar voordeel te beslechten en nestelde ze zich zonder woorden in het troosten van mijn trui. Naakt op haar ondergoed na, maar veilig onder een winterdik donsdeken.
Haar kleren lagen in een plasje op het parket, met aan weerszijden een slordige schoen. Langzaam werd ze na lauw, gezellig warm. Haar hoofd ruste tegen mijn borst, zo dat ik haar gezicht net niet kon zien. Ze begon een warrig verhaal. Iets over de waarheid, bellenblazers en verwelkte bloemen. Dat ik niet moest luisteren, maar er moest zijn zoals ik nu was. Zacht, en zonder moeilijke vragen. Of ze bij mij mocht slapen vannacht?
Haar hand sloop langzaam onder mijn trui en ik zei niks. Het antwoord had ik al bij de deur gegeven.
Wij zaten daar voor even oneindig. Ze had mijn rust gemist, zei ze. En het kraken van mijn platen. Toen stond ze recht en liep ze, voet voor voet, zoals alleen vrouwen dat kunnen, naar mijn platenspeler. Onderweg wreef ze de bochten uit haar haar. Ik wist al wat ze zou kiezen, een paars singletje van Marlena Shaw. Voor een keer kreeg ik gelijk.
Toen ze terug kwam, beloofde ze dat ze me ooit zou leren dansen, en ze lachte, voet voor voet.
Ik moest met mijn rug tegen de zijkant van de zetel gaan zitten. Zij zette zich dicht tussen mijn benen, drukte haar rug tegen mijn borst, zodat ze met haar hoofd op mijn schouder ruste. Haar haren waren nog nat. Dan krulde ze voorzichtig haar vingers over de ruggen van mijn handen tussen mijn vingers, en ze vleide mijn armen als een zacht schild over haar buik.
Dat ik veilig was bij haar.
Ze sloeg haar armen om mijn nek. Dat ik veilig was bij haar. En gerust mijn handen mocht gebruiken.
Zij kon het niet weten, ik had het haar nooit verteld, maar zo zat ik het liefst van al. Met mijn handen voor mijn ogen, met haar lijf voor mijn ogen. Ik keek over het bloot van haar borsten naar het voorzichtig ademen van haar navel, tot waar het deken weer begon. En ik mocht mijn handen gebruiken.
Ik liet ze dwalen, mijn handen. Met de zijkant van hun vingers over het reliëf van haar ribben. Tot tegen de zoom van haar beha. Ik zag haar van en naar mijn handen kronkelen, heel voorzichtig, spreidde mijn vingertoppen tussen haar borsten door. En ruste ze in de kuiltjes aan het begin van haar benen. Beetje bij beetje zag ik hoe haar adem zijn geduld verloor.
Met een ruk stond ze recht, ontdeed zich van de restant kledij en dimde het licht. Zelfs al vond ik dat niet nodig. Gehuld in de sierlijkheid van alleen haar vrouwelijk naakt wandelde ze weer naar de platenspeler. Marlena Shaw, ‘Feel like makin’ love’. Nog eens.
Vroeger had ze het vervelend gevonden dat er geen repeat knop was. Maar ondertussen genoot ze ervan om steeds opnieuw en opnieuw de naald zorgzaam zijn plaats te geven.
Ook mijn trui had nu de vloer gevonden. Zoals zij in minder kleren meer vrouw leek te worden, werd ik steeds minder man. Mijn borst was glad en blonk een beetje in het weinige licht. Een trui is warm. Ze lachte weer. Ik was nog niet te sterk geworden. Dat ik veilig was bij haar.
Ze kwam heel dicht staan, legde haar ene hand met het plat waar mijn ribben elkaar vonden en zocht met de andere naar hoeken in mijn schouders. Ze kuste, eerst hoog op mijn rechterborst, later vol op mijn tepel. Ik liet mijn handen langzaam in haar zij naar beneden glijden, ging een beetje door mijn knieën en plaatste beide onderarmen onder het ronde van haar billen. Zij sloeg haar armen stevig om mijn nek en voorzichtig tilde ik haar op, tot wij juist even groot waren. Ik zoende, op mijn beurt, vol op haar lippen. Zij verschoot niet, maar duwde zich een beetje hoger en klemde haar benen rond mijn middel, juist boven de bogen van mijn heupen, ballet had haar lang geleden lenig gemaakt. Mijn lippen pasten helemaal in het putje van haar hals, en op de laatste tonen muziek droeg ik haar mijn bed in.

Mooi, zo grafisch geschreven Ik zag de hele tijd de foto’s in mijn hoofd bij het verhaal dat je aan het vertellen was.
In mijn hoofd is het een beeld, meer film dan foto, maar heel erg grafisch. Ik probeer dat dan in woorden te wringen, maar uiteraard is een beeld in uw hoofd ook weer de bedoeling.
U maakt dus een mooi compliment, waarvoor dank…
Je proeft de druppels, je voelt de huid, ogen tintelen en blinken na het lezen van dit verrukkelijk geschreven stuk. Woorden als teder, tactiel, zinnelijk dwarrelen rond je hoofd dat duizelt van zoveel schone vondsten. Parels aaneengeregen tot een prachtige ketting. Stiekem een beetje jaloers op wie de ketting mag dragen.
Wat mooi geschreven. Ik werd er warm en koud van. En wou dat het vandaag regende. Mijn lief komt net thuis van zijn werk. Ik wil ook zoenen.
Prachtig Groove, prachtig!
Woehoe, Groef goes erotic! Mooi hoor.
Oh, zo zinnelijk…
Niet omdat het te lang is, maar omdat er naar mijn bescheiden mening een stijlbreuk zit vanaf “Ik liet ze dwalen, mijn handen”, zou ik stoppen na “En ik mocht mijn handen gebruiken.”
Het deel ervoor is zo poëtisch dat ik me de rest liever zelf inbeeld… (Maar wie ben ik, natuurlijk?)
Wie u bent, kan ik u met zekerheid niet vertellen. Maar zinnelijk is een mooi woord, zeker nu ik weet wat het wil zeggen.
U mag trouwens te allen tijde uw volledige verbeelding gebruiken, ook zomaar in het midden ergens. Graag zelfs…
En ook ik wens nu innig dat het regende. Ik dank u voor deze mooie veelzeggende liefhebbende woorden, het was een wonderlijke beleving.
Liefs
(u kent me ondertussen)
Astrid