Ik woon in haar navel
Ik woon in haar navel, warm, donzig en zacht
Ik woon in haar navel, hij schudt als ze lacht
Ik slaap hele dagen,
Zij helemaal bloot
Ik woon in haar navel, zij is me te groot
Diep in het donker, dan kruip ik er uit
Dan kleur ik haar dromen, dan proef ik haar huid
Dan leg ik voorzichtig iets liefs in haar oor
Dan zoen ik haar lippen
Die dienen daar voor
En aan het begin van de ochtend
Aan ‘t eind van de nacht
Kruip ik weer in haar navel, warm, donzig en zacht

Het heeft iets grappigs.
Voor mij zijn de nachten van tegenwoordig zo al warm genoeg.
Zo mooi,
Groef.
U heeft zich ontdaan van serieusieteiten,
en bent nu zwierig en naïef.
.
De zomer begint.
zoenen, h.
Dat zegt u bijzonder lief zo, dank je.
De zomer begint…
Het doet me denken aan nonkel van Grauwel met zijn spinnenkop in het Leugenpaleis. Dat is grappig.
‘Dan komt de duuuiiivel’
In ‘Habla Con Ella’ (2002) is er een kortfilmpje, waaraan ik steeds terugdenk als ik dit lees… Het is mooi – allebei.