Het verhaal der lage landen

•november 8, 2009 • 8 Reacties

Deze ochtend was ik zowaar op radio 1, in de ochtend. (en dat is best vroeg, dat kan u horen)

Helemaal omdat ik gisteren op de boekenbeurs was en men daar besloot om mijn verhaal, De voorlaatste dag, tot het verhaal der lage landen te kronen.
Dat bracht een enorme stapel boeken en radioboeken op, genoeg voor de rest van mijn leven denk ik, en een reis, een stevige zelfs.
‘Geen geldprijs?’ vraagt de radiomeneer. Inderdaad geen geldprijs, maar als ik geld had ging ik op reis. Het is maar hoe u het bekijkt.

Een mond vol

•oktober 26, 2009 • 2 Reacties

Ze zei dat zijn t-shirt rook naar een lange avond avondzon. zijn linkerhand naar potloodslijpsel, rechts naar het stof op een vinylplaat. Dat hij haar hand mocht nemen als hij voorzichtig was en dat hij zacht was vers geschoren.

Zij had haar mond vol van hem, maar een hart zonder bodem. Zelfs halfvol scheen hem niet te lukken.
Dus besloot hij zich te sparen voor iemand met een kleiner hart.
En vooral een mond vol zoenen.

Ontbijt op bed

•oktober 20, 2009 • 1 Reactie

Haar kant van zijn was leeg en ondertussen alweer lauw geworden. Zelfs haar geur begon langzaam te verdwijnen.
Die nacht had ze het gevoeld, hoezeer zijn hart kromp. Dat ze zou moeten vluchten voor het te klein groeide, voor het zich rond haar zou sluiten.
Ze was vertrokken nu het nog kon. Zeven jaren sloten zich als een deur achter haar rug.

Even probeerde hij aan zijn dag te beginnen, maar het leek alsof de zwaartekracht uit hem vertrok. Alsof hij de hele wereld dragen moest, en dan is rechtstaan er niet bij.
Dus nestelde hij zich in wat haar lauwte was, sloot haar geur in zijn neus en deed alsof hij ontbijt op bed verwachtte.

Live streaming

•oktober 19, 2009 • Laat een reactie achter

Voor zij die het zouden willen weten. Snap you fingers, het radioprogramma waar ik een integraal half deel van uitmaak, is vanaf heden ook live te beluisteren, rechtstreeks en onversneden dus. Iedere maandag, tussen zeven en acht.
En dat via de live stream op de enige echte Radio Scorpio website. [Geen idee of er ook effectief namaakwebsites in circulatie zijn.]

En straks spreek ik als een ezel, als u benieuwd bent hoe dat loopt, café Metafoor, vanaf half negen.

Als u komt

•oktober 6, 2009 • 4 Reacties

Als u komt, neem dan minstens één zoen mee, voor mijn wang naar keuze.
En armen om nadien in te vallen. Neem uw ogen mee voor mijn verdwalen, uw handen voor mijn trots.
Kom op voeten en kies uw schoenen naar de pas die u wil zetten.
Kies een hart,
of een hoofd, en neem een jas om in te schuilen.
Als u komt, kom dan dicht genoeg.

Misschien zelfs dat nog het meest van al.

-

Een voorwaardelijke liefdesbrief,
zo u wil…

Wees op tijd

•oktober 1, 2009 • 7 Reacties

Leen mij uw handen en leer mij voelen
Want het is dat wat ik niet kan

Of toon mij waar ik lopen moet
In de schaduw van uw voeten
Toon mij hoe ik jou moet zijn

Vijl dan het eelt van mijn verbeelding
Krab de tranen van mijn borst
En pers het stof uit al mijn dromen
Ik wil vers zijn in mijn hoofd

Slijp de toppen van mijn vingers

Slijp het puntje van mijn tong
Scherp mijn zinnen
Tot ze prikken
En snij wat rot is uit mijn hart
Voor ik van binnenuit beschimmel
Voor ik zorgeloos verga

Als gras

•september 29, 2009 • Laat een reactie achter

Waarom lopen de mooiste meisjes altijd aan de overkant van de straat?

Ik wil uw schild zijn

•september 25, 2009 • Laat een reactie achter

Ik wil uw schild zijn, warm en vlezig
U beschermen elke nacht
Ik wil uw schat zijn
En gevonden. Ik wil dat u van mij houdt
U verdienen, uw verlangen
Ik wil slapen aan uw zij

Ik wil uw held zijn
In dons en lakens
Dan bent u veilig, dicht bij mij

Liefdesbrief (bis)

•september 19, 2009 • 5 Reacties

Kom maar, liefste.
Dan zoenen wij de nacht uit onze lippen. Dan tellen wij navels en passen wij armen.
Tot wij passen.
Dan zal ik aan jouw hals vertellen welke wang de zachtste is, welke borst het liefst.

Dan verliezen wij de lakens, vergeten wij wie we niet zijn en wie wij nog moeten worden.
Ik zal voorzichtig stappen als je slaapt.
Ik zal kijken hoe jouw dromen gaan, en soms voorzichtig voelen.

Kom maar, liefste.
En vergeet uw handen niet.

Ik bericht

•september 10, 2009 • Laat een reactie achter

Het is hier rustig, dat geef ik grif toe.
Niet dat er niet geschreven wordt, het is dat u niet te lezen krijgt. En dat hoeft dan weer niet persoonlijk te zijn. Integendeel.

Mijn boek wemelt van beginnetjes, tussenstukken en schrijven dat af is, op het einde na.
Gewoonlijk is beginnen het moeilijkste deel. Afwassen, opstaan, een liefje, … Niet hier, mijn hoofd kan zichzelf de laatste weken niet meer volgen, mijn potlood helemaal niet meer.
Maar om de stilte een beetje te doorbreken, en omdat er enige trots mee gemoeid is, doe ik een aankondiging.

-

Op donderdag 8 oktober opent ARTFORUM zijn nieuwe seizoen, en men schijnt het daar een goed idee te vinden om mij daarbij te laten helpen. In dat kader zal daar, die dag mijn beetje theater, dat beetje van PREFAB, verrijzen. Ik vind het een hele eer.
Het is met receptie en speech. Er werden zelf prominenten en pers beloofd. Op het eind mogen The Butcher and his wife nog eens voor muziekaal vermaak zorgen. Een vorige keer was dat goed gelukt, ze deden mij lachen.
Dat klinkt allemaal bijzonder veelbelovend, maar ik denk, of ik weet wel bijna zeker, dat wij elkaar daar niet zullen treffen. Het was niet open voor publiek, denk ik.

Maar treur niet, want zij dachten mij dan nog niet beu te zijn. En dus mag ik een dikke week later nog eens de rol van sprekende ezel naar eigen goeddunken en vermogen invullen. Maandag 19 oktober, de deuren zullen daar gewoon openstaan, ook voor u, mocht u willen.

Liefdesbrief

•augustus 21, 2009 • 3 Reacties

Laat ons vergeten dat we zacht zijn, liefste.
Laat ons.
Laat ons vlees zijn, blind verlangen.
Laat ons wild zijn en
laat alle lichten aan.

Laat ons vergeten dat wij zacht zijn, liefste.
Laat onze handen voelen zijn en laat ons lust dan liefde noemen.
Laat ons vergeten dat we zacht zijn, liefste.
Niet naakt, maar bloot.
En zeker niet voorzichtig.

Laat ons kijken, laat ons tasten.
Laat ons onze dromen zijn.
Dan wassen wij onze hoofden de onschuld van ons hart.

Laat ons vergeten dat we zacht zijn, liefste.
Hier, en nu.

-

Een brief, een verzoek.

Bij mij zijt ge veilig

•augustus 11, 2009 • 1 Reactie

Gij zijt schoon, voorzichtig schoon
Ik zie het aan de putjes in uw wangen
Gij zijt schoon om van te houden

En ge zijt veilig hier, bij mij

Ik zal zacht zijn voor u
Als de lucht in verse lakens
zacht zijn voor uw schoon

-

Een boek vol zinnen en stukjes,
de puzzel wil niet altijd lukken.

De voorlaatste dag

•augustus 3, 2009 • 12 Reacties

Andermaal iets voor de langere lezer. Uw eerlijkheid wordt op prijs gesteld…

-

Het was een ochtend als geen andere. Oskar had net het voorlaatste streepje van zijn muur gegomd en ging gewoontegetrouw koffiezetten. Dat voorlaatste streepje had hij nog gedaan, maar vandaag was hij zeker, zekerder dan ooit tevoren. En dus stond hij nu wat te lonken, voor het raam, zo kon hem zelfs tussen twee lonken door niets gebeuren. “Want gevaar komt altijd langs achter!” ,dacht hij uit ervaring. En dat gevaar zou hij dan in de reflectie zien.
Hij dacht veel, die Oskar. Niet ongezond veel, en toch altijd minstens een hoofd vol. Zo dacht hij net nog aan de kooktemperatuur van vloeibare rietsuiker, maar was daar door de beperktheid van zijn thermostaat al gauw vanaf gestapt.
Door dat vele denken, wist Oskar ook opvallend veel meer dan u en ik gemiddeld doen. Hij wist bijvoorbeeld als enige dat na morgen de wereld zou vergaan, dat had hij nog geweten, maar vandaag was hij zeker, zekerder dan ooit tevoren.

Eens doorgelopen goot Oskar de koffie weg, verwijderde de filter en liet een portie vers water door het apparaat gaan. Dat verzamelde hij in een fles die dan recht de koelkast in ging, op de plek waar net nog een andere fles had gestaan die hij voor de gelegenheid had weggehaald. Koud water met koffiesmaak, anderhalve liter. Het was nog steeds zijn beste uitvinding ooit.
Anderhalve liter per dag was ideaal, Zo had hij jaren geleden eens berekend aan de hand van zorgvuldig verzamelde statistieken. Hij had wekenlang met een soort condensator rondgelopen die de vochtigheidsgraden van in- en uitgeademde lucht grondig met elkaar vergeleek, al het vocht dat extra werd uitgeademd omzette in zijn vloeibare variant en opsloeg in een reservoir. Dat reservoir werd dan iedere dag om drie over vier leeggemaakt en uitgedroogd. Alle vloeistof werd opgemeten, in een bokaal overgebracht en gearchiveerd, samen met een grafiek die de luchtvochtigheid van de desbetreffende laatste vierentwintig uren weergaf. Ook urine en uitwerpselen werden minutieus onderzocht. En met een complexe berekening, waarvoor hij drie professoren van verschillende universiteiten aangeschreven had, wist men aan te tonen dat de dagelijkse hoeveelheid transpiratie van een niet sportman nagenoeg gelijk was aan de opgenomen hoeveelheid vocht bij een ochtendlijke douche van ongeveer tien minuten met water aan lichaamstemperatuur.
Alle gegevens samengebracht kwam men op exact anderhalve liter uit.
Hoewel er duidelijk een fout in de berekeningen zat, er werd namelijk geen rekening gehouden met verdamping via de oogbol, tranen of zelfs eventueel lopende neuzen, was het toch verantwoord te stellen dat anderhalve liter water voor hem de ideale hoeveelheid was op een dagelijkse basis.
Mits droog brood vermeden werd, uiteraard.
Zo was hij wel, die Oskar. Op zoek naar waarheid, en er graag op z’n minst heel erg dichtbij. Hij had iets met waarheid, meer ‘een’ dan ‘de’.
“Ieder heeft z’n eigen waarheid.” Simba had het niet geloofd, maar Oskar wist wel beter.

De voorlaatste dag. Stilaan drong het tot hem door. De voorlaatste dag is de moeilijkste, ook dat was één van die dingen die hij naar alle waarschijnlijkheid als enige ten volle besefte. De laatste dag is vol van laatste keren en heeft iedereen dus onbewust al ver op voorhand gepland. Een laatste keer de liefde bedrijven, een laatste keer barbecueën, een laatste keer het gras maaien. Voorlaatste keren, dat zou niet werken.
Vandaag was dus een dag als een andere, en wel de laatste. Dat had hij nog gedacht, maar vandaag was hij zeker, zekerder dan ooit tevoren.

In die wetenschap zocht Oskar met nog meer ijver dan anders naar paradoxen, of één om te beginnen. ‘De paradox van Oskar.’ Het stond hem wel, dacht hij. Voorlopig zonder succes. Al dacht hij er dicht bij te zijn door zijn kamer iedere dag in spiegelbeeld te zetten en zo van de weerspiegeling de werkelijkheid te maken.
Maar misschien was dat dan weer vooral metaforisch, en metaforen dragen geen naam.
Oskar deed niets anders dan hij op andere dagen zou doen, maar deed alles met net dat beetje meer overtuiging. Vandaag zou de beste dag van zijn leven worden.
Na alweer een bijzonder vruchteloze zoektocht begon hij voor de voorlaatste keer aan zijn ontbijt. Wit brood, zonder de hoekige korstdelen. Want die waren gevaarlijk. En een dikke gele pil, anders zou hij steeds vergeten waar hij zijn potloden achterliet. Het smaakte, dat moest ook wel. Een voorlaatste ontbijt dat niet gesmaakt had, zou zonde zijn. Dus het smaakte.
De rest van de voormiddag zou hij verder werken aan zijn project voor een betere wereld. Het was een soort zandbak, rond en in het midden van zijn kamer. Net groot genoeg om overal vanaf de rand bij te kunnen. ‘Aardbak’ eigenlijk, daar drukte hij op. Hij had er jaren in gewerkt naar een miniatuurversie van vele planten. Grassen, bloemen, onkruid, struiken en uiteraard bomen. Op bonsaischaal. Inclusief riviertjes, watervallen, bergketens met vulkanische activiteit; zelfs aan grondstoffen en groene energie had hij gedacht.
Voorlopig werd zijn ‘aardbak’ alleen bewoond door drie kolonies pijnloos ontvleugelde vliegen en één familie dwergkruisspinnen die door inteelt een variabel aantal poten telde. Jager en prooi, dat was een voornaam evenwicht, en vliegen eten alles.
Het uiteindelijke doel was om, via een doorgedreven dwerggentherapie op opeenvolgende generaties dieren, van iedere soort een miniatuurversie te kweken en niet zo zeer zijn aardbak, maar dus op termijn de hele wereld mee te bevolken. Inclusief miniatuurmensen. Dat was zonder twijfel de meest efficiënte vermindering van onze ecologische voetafdruk. Alles op normale grote moest uiteraard volledig vernietigd worden en bonsaiplanten waren de garantie op een blijvende suprematie van ons als mensheid.
Totnogtoe was het experiment een allesomvattend succes, maar voor de volgende stap had hij universitaire hulp nodig en de academische wereld was niet bepaald wild van zijn dwerggentherapie.
Het was, wist hij, nochtans de enige oplossing.

Een blik ravioli na het middaguur ging hij gewoontelijk wandelen, dus ook vandaag nog. Hij zocht de hondvrije paden op. Honden waren als schepping een vergissing geweest. Hij zou hen speciaal één extra generatie meer dwerg maken zodat ze vanaf dan in een rechtstreekse confrontatie met een voor dat moment gemiddelde kat altijd het onderspit zouden moeten delven en zich uiteindelijk, in het kader van de evolutie, zouden moeten aanpassen tot sympathieke wezens. Of ze zouden misschien gewoon uitsterven, daar lag hij niet wakker van.
De wandeling had zijn doel niet gemist. Dat deed ze eigenlijk nooit, maar vandaag, nog meer dan anders, was hij er rustig van geworden. Hij had wel drie nieuwe, volmaakt unieke schoenveterknopen ontdekt. Zijn collectie, zonder twijfel de meest uitgebreide binnen de Europese Unie, bleef groeien. Elke unieke knoop diende fotografisch vastgelegd te worden. Hij deed dat steevast met een polaroid, om eventueel verlies bij een foute ontwikkeling te voorkomen. En hij vroeg telkens de man of vrouw in kwestie de foto te signeren. Zelf schreef hij dan datum, plaats en uur op de achterzijde. Kinderknopen, dat was geweten, telden niet mee. Na de wandeling werd de foto dan geklasseerd. Het aantal lussen, knoop- en veterdikte waren daarin de voornaamste parameters. Lusloze knopen bleken het zeldzaamst.

’s Avonds at hij de rest van zijn brood, volledig korstenloos. Korsten waren moeilijk te verteren en vroegen dus meer verteringsenergie. Een deel van die vertering zou uiteraard pas in zijn slaap gebeuren en slapen doen wij om energie te herwinnen. Al slapend korsten verteren was dus, naast verspilling, een te vermijden contradictie. En iets waar hij bijgevolg nooit op betrapt zou worden.

Tegen tienen nam hij zijn rode pil zodat hij ook morgen nog zou weten waar hij zijn potloden gelegd had en een twintigtal minuten later viel hij steevast als een blok in slaap. Rond elf uur kwam zij dan zijn kamer binnen, in een witte jas, met een vers wit brood, een dikke gele en een nieuwe rode pil. Ze sloot de gordijnen en trok een tweede streepje op de muur.

De volgende ochtend was een ochtend als geen andere. Oskar gomde het voorlaatste streepje van zijn muur en ging gewoontegetrouw koffiezetten. Dat voorlaatste streepje had hij nog gedaan, maar vandaag was hij zeker, zekerder dan ooit tevoren.

Over hoe de dood ook het einde werd…

•juli 29, 2009 • Laat een reactie achter

“Ik ben het. Uw Eindigheid.”

God verslikte zich in zijn rijstpap, maar hoestte de voor normale wezens fatale verslikking lachend weg. “Mijn eindigheid?” sprak Hij honend. “Van alle oneindigheden ben Ik met voorsprong het oneindigst, gij verdomd zwijn! Weet gij dan niet dat ge niet bestaat?!” Het lachen was hem nu vergaan en zijn mondhoeken verdwenen langzaam in een laagje razend schuim.

“Daar vergist U zich, Vader.” De Eindigheid werd interstellair geprezen om zijn vastberadenheid en zou het dus niet bij een simpel gij bestaat niet laten.

“U hebt mij nog eigenhandig geschapen. Of was zelfs uw Alwetendheid dat misschien al vergeten.”
Hier begaf de Eindigheid zich op glad ijs. Het was algemeen geweten dat de Heer schoon genoeg had van het aldoor in twijfel trekken van zijn Alwetendheid. Ongeveer iedere andere dag was Hij zonder twijfel aan een goddelijke scheldtirade begonnen waarvan het einde nog nooit kon worden naverteld. Maar zijn Eindigheid had geluk, de Schepper was, als bij wonder, in één van zijn verdraagzame dagen en bovendien van plan geweest aan zijn middagdutje te beginnen.
God wou er zich dus wat snel van af maken om zijn planning niet al te veel in te war te sturen.

“Goed dan Eigenheid, wat is het dat gij verlangt?” Sprak Hij, nog steeds licht schuimbekkend.
In de meeste gevallen werd er toch maar geklaagd over achterstallige of een zeldzame keer over te lelijke maagden. En een dergelijk euvel was altijd in een zucht weer van de baan.

“Wel uwe Almacht, ik zit met het volgende. Gisteren was ik lichtbeschonken op een trouwfeest toen het mij gewaar werd dat ik logoloos geschapen ben. En dat leek op het eerste zicht niet echt een probleem. Tot er pakjes werden opgemaakt en mij duidelijk werd welke bedragen andere, wel gelogode, abstracte begrippen daar tegenaan konden gooien. Liefde bijvoorbeeld, of zelfs mijn eigen broer Oneindigheid, zijn voorzien van een logo, en een behoorlijk hip zelfs. Zoiets brengt natuurlijk heel wat geld op aan royalties en dan spreken we nog niet over merchandising.
Die meerinkomsten kunnen zij dan weer gebruiken om duurdere kadootjes te geven, op bijvoorbeeld trouwfeesten. Iets wat mijn persoonlijke populariteit natuurlijk niet ten goede komt.”

God, die sinds de zesde dag aan hevige concentratiestoornissen leed, had er maar weinig van begrepen en daarenboven was de punt van zijn tekenpotlood afgebroken. Zonder er al te veel woorden aan vuil te maken stuurde Hij zijn Eindigheid onverrichterzake weer de hemel uit. Met als enige zinnige boodschap hem niet meer te storen voor zijn middagdutje.

Zo kwam het dat de Eindigheid een deal sloot met de Dood.
Want de Dood had best een hip logo en draaide, zelfs in tijden van crisis, een meer dan indrukwekkend zakencijfer.

Kijk, wij worden winterbomen

•juli 27, 2009 • Laat een reactie achter

Kijk!
Wij worden winterbomen
Kaal en leeg
Alleen (alleen)

Ziet ons vechten tegen vrieskou diep vanbinnen

Kijk!
Wij worden winterbomen
Broos in onze eenzaamheid

Een zucht zal ons breken

-

Houterig en verstokt,
het mocht.

Een ode, een hommage aan haar beeld.

•juli 9, 2009 • Laat een reactie achter

Men schreef haar een einde, men schrijft de schoonheid een glorieloos vaarwel.
Dus wij treuren.

Haar lach zal glans verliezen. En beelding.
Maar haar krullen zullen dromen worden. Tussen dromen van haar lippen.

Klank zal in mijn tranen kruipen, want wij treuren.
En toch zullen wij vechten Lisbeth, vechten voor ons verlangen.

-

Een streepje duiding:

Terzake wordt herzien.
Een toekomst zonder Lisbeth Imbo,
zij zal het voortaan bij radio houden.

Zonde, en schande.
[mijn slaap zal minder zoet zijn...]
Ik stel een protestmars en massale hongerstakingen voor.

Laat u horen!

-

Verder is het hier even dood als elders in de virtuele wereld, dat is wat warmte met mij als schrijver doet.

Maar treurt u niet. [om mij] Ik zal verrijzen.

Verwarmingsversje IX

•juni 15, 2009 • 1 Reactie

Slaapvoeten en een bed om vol te dromen
Buiten ruikt de zomer nog naar lauw onweer
Ik open de ramen
De nacht lacht ons toe

Het regende

•juni 12, 2009 • 8 Reacties

Pas op, ik ben langer dan gewoonte! Zegt u vooral eerlijk uw gedacht, ik kan daar tegen

-

Het regende. Zij stond als een hoopje voor mijn deur. Ik kon het ongeluk in haar schoenen lezen, met hun tippen voorzichtig naar elkaar. Haar krullen kleefden in bochten tegen haar hoofd. Ik wreef een paar slierten uit haar gezicht maar vergat te zoenen. En als wij één regel hadden, was die dat wij zoenden. Dus toen ik dacht weg te draaien om haar helemaal binnen te laten nam ze mijn wangen in haar klamme handen en ze kuste recht op mijn mond.
Ik verschoot, en in dat verschieten, zoende ik zonder handen. Dat deed ik anders nooit. Zij moest er om lachen, voorzichtig, met haar tippen nog een beetje naar elkaar.
Een innige omhelzing later was ook ik nat geworden, dus gaf ik haar mijn T-shirt als een soort snelle handdoek en ging een nieuwe halen. Onderweg liet ik water koken, thee zou troost brengen.
Op zoek naar een T-shirt vond ik mijn beetje gekrompen, wollen trui. Dat beetje gekrompen maakte dat hij vanbinnen nog meer kriebelde, en vanbuiten wel heel erg zacht geworden was. Zacht genoeg om alle verdriet in te vergeten, dus ik deed hem aan.

Zij had ondertussen de deur dichtgedaan en worstelde ergens tussen deur en zetel nog met haar doorweekte jeansbroek. Ze droeg diepblauw ondergoed, met een witte rand. Vrouwelijker dan haar leeftijd deed vermoeden. Even haperden mijn ogen bij de aanblik van haar billen, ze had dansende billen, die in een broek tot nakijken dwongen. Maar op tijd genoeg dacht ik aan een donsdeken.
Als ook het water klaar was voor de thee, wist zij de strijd met haar broek finaal in haar voordeel te beslechten en nestelde ze zich zonder woorden in het troosten van mijn trui. Naakt op haar ondergoed na, maar veilig onder een winterdik donsdeken.
Haar kleren lagen in een plasje op het parket, met aan weerszijden een slordige schoen. Langzaam werd ze na lauw, gezellig warm. Haar hoofd ruste tegen mijn borst, zo dat ik haar gezicht net niet kon zien. Ze begon een warrig verhaal. Iets over de waarheid, bellenblazers en verwelkte bloemen. Dat ik niet moest luisteren, maar er moest zijn zoals ik nu was. Zacht, en zonder moeilijke vragen. Of ze bij mij mocht slapen vannacht?
Haar hand sloop langzaam onder mijn trui en ik zei niks. Het antwoord had ik al bij de deur gegeven.

Wij zaten daar voor even oneindig. Ze had mijn rust gemist, zei ze. En het kraken van mijn platen. Toen stond ze recht en liep ze, voet voor voet, zoals alleen vrouwen dat kunnen, naar mijn platenspeler. Onderweg wreef ze de bochten uit haar haar. Ik wist al wat ze zou kiezen, een paars singletje van Marlena Shaw. Voor een keer kreeg ik gelijk.
Toen ze terug kwam, beloofde ze dat ze me ooit zou leren dansen, en ze lachte, voet voor voet.
Ik moest met mijn rug tegen de zijkant van de zetel gaan zitten. Zij zette zich dicht tussen mijn benen, drukte haar rug tegen mijn borst, zodat ze met haar hoofd op mijn schouder ruste. Haar haren waren nog nat. Dan krulde ze voorzichtig haar vingers over de ruggen van mijn handen tussen mijn vingers, en ze vleide mijn armen als een zacht schild over haar buik.
Dat ik veilig was bij haar.
Ze sloeg haar armen om mijn nek. Dat ik veilig was bij haar. En gerust mijn handen mocht gebruiken.

Zij kon het niet weten, ik had het haar nooit verteld, maar zo zat ik het liefst van al. Met mijn handen voor mijn ogen, met haar lijf voor mijn ogen. Ik keek over het bloot van haar borsten naar het voorzichtig ademen van haar navel, tot waar het deken weer begon. En ik mocht mijn handen gebruiken.
Ik liet ze dwalen, mijn handen. Met de zijkant van hun vingers over het reliëf van haar ribben. Tot tegen de zoom van haar beha. Ik zag haar van en naar mijn handen kronkelen, heel voorzichtig, spreidde mijn vingertoppen tussen haar borsten door. En ruste ze in de kuiltjes aan het begin van haar benen. Beetje bij beetje zag ik hoe haar adem zijn geduld verloor.
Met een ruk stond ze recht, ontdeed zich van de restant kledij en dimde het licht. Zelfs al vond ik dat niet nodig. Gehuld in de sierlijkheid van alleen haar vrouwelijk naakt wandelde ze weer naar de platenspeler. Marlena Shaw, ‘Feel like makin’ love’. Nog eens.
Vroeger had ze het vervelend gevonden dat er geen repeat knop was. Maar ondertussen genoot ze ervan om steeds opnieuw en opnieuw de naald zorgzaam zijn plaats te geven.

Ook mijn trui had nu de vloer gevonden. Zoals zij in minder kleren meer vrouw leek te worden, werd ik steeds minder man. Mijn borst was glad en blonk een beetje in het weinige licht. Een trui is warm. Ze lachte weer. Ik was nog niet te sterk geworden. Dat ik veilig was bij haar.
Ze kwam heel dicht staan, legde haar ene hand met het plat waar mijn ribben elkaar vonden en zocht met de andere naar hoeken in mijn schouders. Ze kuste, eerst hoog op mijn rechterborst, later vol op mijn tepel. Ik liet mijn handen langzaam in haar zij naar beneden glijden, ging een beetje door mijn knieën en plaatste beide onderarmen onder het ronde van haar billen. Zij sloeg haar armen stevig om mijn nek en voorzichtig tilde ik haar op, tot wij juist even groot waren. Ik zoende, op mijn beurt, vol op haar lippen. Zij verschoot niet, maar duwde zich een beetje hoger en klemde haar benen rond mijn middel, juist boven de bogen van mijn heupen, ballet had haar lang geleden lenig gemaakt. Mijn lippen pasten helemaal in het putje van haar hals, en op de laatste tonen muziek droeg ik haar mijn bed in.

Spieken

•juni 9, 2009 • 2 Reacties

Ik heb haar dromen afgekeken, vele nachten lang.
En haar dagdromen ook.
Dan dwaalde ik zo diep in haar ogen, dat ik struikelde over tranen die ze zelf al lang vergeten was.

Ik heb haar dromen afgekeken, gewogen en gemeten.
Ik heb ze stiekem gepast, en ze zaten als gegoten.

Ik heb haar dromen afgekeken, voor goeie punten in haar bed.

-

En ook: “Hoera, Lisbeth is terug!”

Ik woon in haar navel

•juni 1, 2009 • 5 Reacties

Ik woon in haar navel, warm, donzig en zacht
Ik woon in haar navel, hij schudt als ze lacht
Ik slaap hele dagen,
Zij helemaal bloot
Ik woon in haar navel, zij is me te groot

Diep in het donker, dan kruip ik er uit
Dan kleur ik haar dromen, dan proef ik haar huid
Dan leg ik voorzichtig iets liefs in haar oor
Dan zoen ik haar lippen
Die dienen daar voor

En aan het begin van de ochtend
Aan ‘t eind van de nacht
Kruip ik weer in haar navel, warm, donzig en zacht